Hillelhuis Delft

Een gemeenschap leeft voort bij gratie van jongere leden. Maar waar zijn die in Joods Nederland te vinden? Ondermeer bij jeugdverenigingen, en een andere bijzondere fysieke plek is het studentenhuis. De Joodse studentenhuizen nemen in de studentenwereld een bijzondere plaats in. Ze staan in Delft, Utrecht, Leiden en Amsterdam. Elk met hun eigen karakter. In het eerste deel van deze nieuwe serie: Delft.

Alleen al de ligging van het Joods studentenhuis zou een reden kunnen zijn om in Delft te gaan studeren. Aan de prachtige Koornmarkt, vlakbij het centrum, met een pittoresk grachtje voor de deur. Een bruisend studentenleven. Daar ligt het Hillelhuis met de zeven bewoners die studeren aan de Technische Universiteit Delft. De TU heeft de naam een mannenbol- werk te zijn. Ruim zeventig procent van alle studenten is man. Dat wordt weerspiegeld in het Hillelhuis: er wonen zes mannen en één vrouw.

“Voor heel veel studies is dat ook het geval, zeker voor die van mij,” zegt Nathan Bierman. Hij studeert technische bedrijfskunde waar 96 van de 100 studenten man is. “Bij mijn studie ligt dat heel anders,” zegt Uri Rooselaar, tweedejaars Industrieel Ontwerpen. “Bij ons zijn zestig van de honderd studenten vrouw.” Bij bouwkunde is het “fifty-fifty” completeert eerstejaars Olivier Kruisdijk.

Afgunst

Het gebouw waar het Hillelhuis is gevestigd, stamt uit het begin van de vorige eeuw. Het is niet alleen prachtig gelegen, ook de binnenkant is zoals de bewoners zeggen sjiek qua faciliteiten en ruimte. Het afgelopen jaar heeft het interieur een fikse opknapbeurt gekregen. Vers geschilderd en netjes gestuukt. Dat mocht ook wel want er was veel achterstallig onderhoud. “Het gebouw is sinds 1952 in gebruik als Joods studentenhuis,” weet Nathan. Hij woont hier inmiddels vier jaar en is de HO, huisoudste, van de zeven. Hij vervolgt : “Hier in Delft is er net als in alle studentensteden een enorm woningtekort. Soms zijn er meer dan dertig studenten die komen hospiteren voor één kamer. En gek genoeg stond vorig jaar hier in het Hillelhuis heel lang een kamer leeg. Heel veel Joodse studenten kennen het Hillelhuis niet eens.”

Niet-Joodse medestudenten die over de vloer komen kijken met enige afgunst naar de onderkomens. “En als we uitleggen dat het een studentenhuis is alleen voor Joodse studenten dan begrijpen ze het wel, maar even zo vaak leidt het ook tot onbegrip. Vaak genoeg krijg ik de vraag: hoe kan ik me aanmelden?” zegt Uri.

Olivier is de HJ, huis jongste. Net klaar met zijn vwo in Hilversum. “Natuurlijk een hele overgang, maar ik voelde me hier meteen thuis. Werd goed opgevangen door de jongens die hier al langer woonden. En zeker in deze tijd van corona waarbij we veel vanuit huis colleges moeten volgen en in huis moeten studeren is het van groot belang dat we goed met elkaar omgaan.”

Koosjer en niet-koosjer

Beneden is de GR, de gemeenschappelijke ruimte. Hier, aan de lange tafel, komen de studenten vrijwel altijd samen. “Voor ons is de GR het centrale punt in het huis. We hebben allemaal onze eigen kamer, de mooiste is voor de HO, maar hier beneden in de GR studeren we veel, kijken we tv en - niet het minst belangrijke - komen we om samen te eten,” zegt Olivier.

“Een heeft kookdienst,” meldt Jaron Rosenberg. “En eigenlijk is Jaron toch wel van ons de kookchef,” beaamt Olivier. Vanavond vegetarische lasagne. Prima maaltijd, meldt uw verslaggever.

“Voor mij voelt het zeker als een thuis.”

“We hebben op de eerste verdieping een niet-koosjere keuken en beneden de koosjere keuken. Een paar keer per maand houden we een open huis. Dan komt de Amerikaan Jerry de koosjere maaltijd bereiden. We hebben hier dan studenten die kortere of langere tijd in Delft wonen. Reuze gezellig met studenten uit Israël, Frankrijk, Engeland of waar dan ook vandaan,” zegt Olivier. Het draagt er zeker toe bij dat het Hillelhuis meer is dan een studentenwoning.

“Voor mij voelt het zeker als een thuis,” zeggen ze bijna tegelijkertijd. Olivier voegt toe: “Maar als we de Joodse feestdagen vieren dan doen we dat thuis in Amsterdam, Hilversum of waar dan ook.”

Hoge studiedruk

Delft is een studentenstad. Een vijfde van de 100.000 inwoners is student. Maar Delft is ook een andere studentenstad dan alle andere. “Dit is een technische universiteit. Hier dus geen rechten, talen, geneeskunde. Alleen technisch georiënteerde studies,” zegt Jaron.

Olivier Kruisdijk
Uri Rooselaar
Jaron Rosenberg
Nathan Bierman

Olivier vult aan: “Dat heeft ook zijn invloed op ons hier in huis. De gezamenlijkheid van de richting bindt wel. Als een van ons iets leuks heeft meegemaakt in zijn studie en er over wil vertellen, dan snappen de anderen dat direct omdat je soortgelijke interesses en ervaringen hebt. Ik profiteer zeker van de kennis en ervaring van de anderen hier in huis.”

“We houden rekening met elkaar en komen voor elkaar op.”

Delft staat bekend om zijn hoge studiedruk. Het is absoluut hard aanpakken, bevestigen ze allemaal. “Het is intens,” zegt derdejaars Jaron. Slagingspercentages liggen in Delft zo rond de vijftig procent. Vooral in het eerste jaar is er sprake van enorm verloop. De universiteitsbibliotheek is 365 dagen per jaar geopend. Vaak van acht uur ‘s ochtends tot middernacht en zeker in coronatijd volgeboekt. Hard werken dus. “En het Hillelhuis is een prima plek om te studeren. We houden rekening met elkaar en komen voor elkaar op.” vult Uri aan.

Maar er blijft genoeg tijd over voor een geintje. “Zo hebben we Olivier aan het begin van het studiejaar, net nadat hij was toegelaten in het Hillelhuis, er behoorlijk in laten lopen. We konden hem ervan overtuigen dat hij, net als elke nieuwe bewoner van het Hillelhuis, eerst een broodje shoarma moet eten bij Egyptisch grillhuis Kobi’s honderd meter verderop en dan vandaar door de gracht naar huis moet zwemmen. Olivier liet zich niet kennen en zwom naar huis,” zegt Nathan. “Ik liet me niet klein krijgen,” grapt Olivier terug. Tijd voor een biertje. Tijd voor Hertog Jan, de ongekroonde onderkoning in het Hillelhuis.

Dat er in Delft een studentenhuis kwam in 1950 was bijzonder en had heel wat voeten in de aarde.

Lees hier meer

Dit artikel verscheen eerder in de Benjamin, hét kwartaalblad over Joods leven. Wil je ook gratis de Benjamin ontvangen?

Abonneer je nu!

Close
Chat